De lange periode van droogte heeft de natuur op veel plaatsen geteisterd. Ook in het Heerenschoolbos wordt zichtbaar dat sommige bomen het moeilijk hebben. De schade beperkt zich niet tot één soort of één standplaats. Verspreid over het bos zie je esdoorns, een berk en een beuk die veel verdroogd of afgevallen blad tonen. Wat nog het meest opvalt, is dat het bos overwegend groen is gebleven. Veel vruchtdracht, dat wel. Vooral bij beuken en esdoorns valt dat op. De schade valt nog het meest op bij de meidoorns en vlierstruiken.
Uit recent breed wetenschappelijk onderzoek blijkt dat bomen beperkter zijn in hun mate van aanpassing op veranderend klimaat dan werd gehoopt. De droogte leidt tot een verminderde waterdruk in het bladweefsel en soms lukt het de boom niet om dit tekort via de waterdruk in de takken te compenseren. De bufferwerking laat het dan afweten. In de stam en takken neemt lucht dan de plaats van water in. Door dergelijke ‘embolie’ kan een boom geen water meer van de wortels naar de bladeren transporteren. Het gevolg is vervroegde bladval, wat kan leiden tot het afsterven van takken of de gehele boom.
Het is dus nog te vroeg om te kunnen vaststellen of de beschadigde bomen het overleven of niet. Intussen buigen wetenschappers zich over de vraag hoe we de bossen weerbaarder kunnen maken tegen weersextremen. Het antwoord daarop is niet eenvoudig te geven. Het functioneren van bomen is complex, en het is mogelijk dat bomen met andere aanpassingen de effecten van droogte kunnen compenseren. Dat hebben de wetenschappers niet onderzocht, dus er is nog veel niet duidelijk.